vrouwenhand

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de hand van een vrouw
    Doch waer toe dient heur tegenstand By snooden moordnaersslach? Wat kan een swakke vrouwenhand By d óngelyken slag? J.
    De dames dragen echter hun gedecolleteerde japonnen en de heren hun dunne witzijden kousen als was het een zomerdag, en al is menig vrouwenhand blauw en stijf van de koude, zij hanteert ijverig de borduurnaaf .
  2. de manier van doen van een vrouw