vullen
/ˈvʏlə(n)/
Wat is de betekenis van vullen?
vullen betekent: (ov) vol maken
Betekenis
werkwoord
- (ov) vol maken
- opvullen.
Voorbeelden van "vullen" in een zin
- Kun jij die prullenbak even vullen met dat papier daar?
- 'Ik ben altijd van mening geweest dat je een neerslachtige stemming kunt bestrijden door je maag te vullen,' zegt hij.
- Mijn rugzak was gevuld met eten voor negen dagen en de zon was weer even heet als altijd.
- Jij kan je tijd hier wel vullen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vol maken’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelsfill, stuff
Fransremplir
Duitsfüllen
Spaansllenar, atestar
Poolsnapełniać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek