vullen

/ˈvʏlə(n)/

Wat is de betekenis van vullen?

vullen betekent: (ov) vol maken

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) vol maken
  2. opvullen.

Voorbeelden van "vullen" in een zin

  • Kun jij die prullenbak even vullen met dat papier daar?
  • 'Ik ben altijd van mening geweest dat je een neerslachtige stemming kunt bestrijden door je maag te vullen,' zegt hij.
  • Mijn rugzak was gevuld met eten voor negen dagen en de zon was weer even heet als altijd.
  • Jij kan je tijd hier wel vullen.

Betekenis en uitleg van vullen

Het woord 'vullen' verwijst naar het proces van iets met een substantie of materiaal te overladen, waardoor het een bepaalde capaciteit of volheid bereikt. Dit kan zowel letterlijk zijn, zoals het vullen van een glas met water, als figuurlijk, zoals het vullen van een leegte in je leven.

Je gebruikt 'vullen' in verschillende contexten, zoals bij het bereiden van voedsel, het inpakken van een tas of het creëren van ruimte in je agenda. De nuance kan variëren van het letterlijk plaatsen van iets in een container tot het metaforisch invullen van emoties of ervaringen. Het woord roept vaak beelden op van zorgvuldigheid en aandacht, vooral wanneer het gaat om het volmaken van iets belangrijks.

Voorbeelden

  • Ze besloot de pot met bloemen te vullen met vers water om ze langer mooi te houden.
  • Tijdens de vergadering vulde hij de lege plekken in de agenda met belangrijke punten.
  • Na het opruimen van de zolder, vulde ze een doos met spullen die ze niet meer nodig had.

Woordoorsprong

Het woord 'vullen' komt van het Oudnederlands 'fullen', wat 'vol maken' betekent. Dit is verwant aan het Engelse 'fill', dat dezelfde betekenis heeft.

Veelgestelde vragen over vullen

Wat is de betekenis van vullen?

vullen betekent: (ov) vol maken

Hoeveel betekenissen heeft vullen?

vullen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je vullen in een zin?

Voorbeeld: “Kun jij die prullenbak even vullen met dat papier daar?

Etymologie

* In de betekenis van ‘vol maken’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsfill, stuff
Fransremplir
Duitsfüllen
Spaansllenar, atestar
Poolsnapełniać