vulva
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) de schaamspleet, de ingang tot de vaginaZe ging gisteren naar de dokter vanwege haar vulva.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘schaamspleet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1726
Vertalingen
Engelsvulva
Fransvulve
DuitsVulva
Spaansvulva
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek