vvv

mannelijk/vrouwelijk (de)/veveˈve/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bureau waar toeristen en andere bezoekers informatie kunnen krijgen
    Wel opvallend in deze kwestie: op de site van de gemeente Braunau biedt de plaatselijke VVV voor 60 euro een toeristische rondleiding aan langs historische plekken in de stad.
    Op twee naast elkaar opgestelde schermen toont hij bijvoorbeeld opnamen van vrijwel identieke tulpenvelden, beide afkomstig van nationale verkeersbureaus. De ene van de Nederlandse VVV, de andere van de Turkse.
  2. bedrijf (bedrijf) organisatie waarin plaatselijke of regionale belanghebbenden samenwerken om het toerisme naar hun plaats of streek te bevorderen
    Het vakantiegevoel maakt mensen nonchalant, merkt Michel Aaldering, directeur van de VVV van het eiland.

Etymologie

*[C] (initiaalwoord) voor Verenigde Volksvergadering