waadvogel
mannelijk (de)/ˈwatfoɣəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) benaming voor vogels uit de onderorde met lange snavel en waadpotenIn het midden van de vijver staan veel waadvogels met hun poten in het water.
Vertalingen
Engelswading-bird
Franséchasse
DuitsWatvogel
Spaansave zancuda
Italiaanstrampoliere
Deensvadefugl
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek