waadpak

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een waterdicht pak waarmee men tot diep in het water kan lopen
    Samen met vismaatje Sido Terpstra gaat Kersten met enige regelmaat op pad. In dit geval met de bellyboat: een half bootje waar je met een waadpak en flippers in zit.
    Een brandweerman in een waadpak ging een heel eind het ijskoude water van het kanaal in. Met een soort van hengelstok maakte hij het ijs rond de eend kapot. Uiteindelijk slaagde het dier los te komen. Opgelucht voegde de eend zich vervolgens weer bij zijn soortgenoten iets verderop in een wak.