wachttijd
mannelijk (de)/ˈwɑxtɛit/
Wat is de betekenis van wachttijd?
wachttijd betekent: tijd dat men wachten moet voordat iets gebeurt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijd dat men wachten moet voordat iets gebeurt
Voorbeelden van "wachttijd" in een zin
- Wie in Amsterdam Centrum in een sociale huurwoning wil wonen, moet rekenen op een wachttijd van zeventien jaar. [http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/4141144/2015/09/12/Tot-17-jaar-wachten-op-sociale-huurwoning-in-Amsterdam.dhtml www.parool.nl]
- Het digitale aanvraagloket ging vrijdag rond 10.00 uur open. De animo was zeer groot, waardoor wachttijden ontstonden. Kort na 12.00 uur was er al geen budget meer te krijgen, terwijl er nog wel mensen in de wachtrij stonden.
Vertalingen
Engelswaiting time
Franstemps d'attente
DuitsWartezeit
Spaanstiempo de espera
Zweedsväntetid
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek