wad
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) een bij eb droogvallend buitendijks gebiedHet wad is het tehuis van een groot aantal levende wezens.
Etymologie
*Van Oudnederlands wada, Protogermaans *wada- (Latijn: vadum). Tevens verwant met waden. In de betekenis van ‘doorwaadbare plaats’ voor het eerst aangetroffen in 107, in de plaatsnaam .
Vertalingen
Engelsflat
DuitsWatt
Spaansllanura de marea
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek