waggelen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) zich zijdeling slingerend voortbewegenEr werd gewaggeld en gesloft, maar de dronken mannen zetten zich toch in beweging.
- (erga) zijdelings slingerend zich ergens heen begevenDe dronken man was naar de overkant van de weg gewaggeld.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het waggelen in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
*van Middelnederlands waghelen, frequentatief van waghen "heen en weer laten bewegen, laten wankelen"; omdat van "waghen" met het voorvoegsel be- weer bewegen is afgeleid, valt "waggelen" op te vatten als (freqtt) (be)wegen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek