waggelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) zich zijdeling slingerend voortbewegen
    Er werd gewaggeld en gesloft, maar de dronken mannen zetten zich toch in beweging.
  2. erga (erga) zijdelings slingerend zich ergens heen begeven
    De dronken man was naar de overkant van de weg gewaggeld.
  3. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het waggelen in de tweede betekenis erin.
  4. enz.

Etymologie

*van Middelnederlands waghelen, frequentatief van waghen "heen en weer laten bewegen, laten wankelen"; omdat van "waghen" met het voorvoegsel be- weer bewegen is afgeleid, valt "waggelen" op te vatten als (freqtt) (be)wegen