wals

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) zware rol om iets mee te pletten
  2. techniek (techniek) machine om asfalt mee aan te drukken
  3. muziek (muziek) muziekstuk met driekwartsmaat
  4. dans (dans) bepaalde dans, bijvoorbeeld de Engelse wals of de Weense wals

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘machine om te pletten’ voor het eerst aangetroffen in 1750

Vertalingen

Engelswaltz
Fransvalse
DuitsWalzer
Spaansvals