wanhopen
/ˈwɑnhopə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) denken dat de zaken niet meer ten goede kunnen kerenNa enige dagen op zee hulpeloos rondgedobberd te hebben begonnen sommigen te wanhopen.
Etymologie
*van Middelnederlands, *
Vertalingen
Engelsdespair
Spaansdesesperanzarse, desesperar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek