Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

waskamer

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kamer waar men de was doet
    Lambert liep met de vuile lakens en handdoeken naar beneden en gooide het goed in de waskamer.
    "Ik weet uit eigen ervaring dat er een crisissfeer heerst bij Ajax als er een paar keer in korte tijd verloren wordt. Dat gaat dan vooral ook non-verbaal. Je wordt anders gedag gezegd door de receptioniste en in de waskamer worden even geen grapjes gemaakt."