wasmachine
vrouwelijk (de)/ˈwɑsmɑˌʃinə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek) (werktuigbouwkunde) een apparaat dat op automatische wijze wasgoed reinigtIk ben vergeten de wasmachine aan te zetten.
- (elektrotechniek) (werktuigbouwkunde) een apparaat dat op automatische wijze goederen in het algemeen reinigtNa gebruik worden ze eerst handmatig schoongemaakt en dan gaan ze in een speciale wasmachine. "Omdat je met zo’n apparaat door darminhoud gaat, kunnen er veel bacteriën op zitten en het blijkt moeilijk om die allemaal te verwijderen."
Etymologie
* In de betekenis van ‘toestel dat kleding of groenten mechanisch schoonmaakt’ voor het eerst aangetroffen in 1838
Vertalingen
Engelswashing machine
Franslave-linge, machine à laver
DuitsWaschmaschine
Spaanslavadora
Italiaanslavatrice
Turksçamaşır makinesi
Poolspralka
Zweedstvättmaskin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek