Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
waterappel
mannelijk (de)/ˈwatərˌɑpəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort struik of boom, met een De waterappel groeit aan kleine tot middelgrote bomen die nogal kronkelig zijn. Je ziet ze op veel plaatsen langs de weg en ze komen in veel tuinen op Bali voor.
- (fruit) blooskleurige knapperige zoete vrucht vol sap van Als het seizoen is ligt de grond ermee bezaaid. In het droge seizoen hebben de markten verschillende soorten van deze vrucht te koop. De vorm is rond of ovaal met een kroontje, deze kelk zit vaak vol mieren. In de vrucht bevindt zich een enkele pit. De vrucht heeft bijna geen smaak, behalve misschien een flauwe zoetheid. Het is vol sap en wordt gebruikt als dorstlesser, daarom noemen de Balinezen de vrucht ook nyambu air, het laatste woord betekent water. De onrijpe vrucht wordt gebruikt om rujak te maken.
Vertalingen
Engelsmalabar plum, rose apple
Fransjamrosat
Spaansjambo amarillo, manzana de rosa, manzana rosa
Portugeesjambo
RussischРозовое яблоко
Chinees蒲桃
Japansフトモモ
Poolsczapetka jambos
Zweedsrosenäpple
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek