Watergang

mannelijk (de)/ˈwatərˌɣɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. waterbeheer (waterbeheer) natuurlijk of kunstmatig kanaal waarlangs water vervoerd kan worden
    Rivieren en beken zijn natuurlijke watergangen, en kanalen, tochten, weteringen, vaarten, grachten, waterleidingen, open leidingen, gangen, wijken, prielen, geulen, waterlopen, monden, sloten of greppels kunstmatige.
  2. scheepvaart (scheepvaart) elk van de twee holle zijwanden van een drijvend droogdok waarin water kan worden in- of uitgepompt
    Met de hefkraan op de watergang liet men de nieuwe motor in het scheepje zakken.

Vertalingen

Japanswaterway, 水路