waterkan

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kan waar men water mee kan inschenken in iets anders zoals glazen, bekers of koppen
    Ik schonk voor alle tafelgenoten een glas water in en vulde daarna de waterkan weer bij met koud water en ijsklontjes.
    De ‘roots’ indachtig waren ook oer- Hollandse landschappen en eenvoudige taferelen van het dagelijks leven zeer gezocht. De ‘Vrouw met waterkan’, de eerste Vermeer in Amerika, was zo’n simpel, aansprekend stuk. NRC Ben Broos 20 maart 2009