wazigheid
vrouwelijk (de)/ˈwazɪxhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- slecht zichtbaarheid alsof er een nevel voor hangt
- (figuurlijk) onduidelijkheid als gevolg van vage uitingen
Etymologie
*afgeleid van wazig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van wazig