wede

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwedə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort kruisbloemige plant met langwerpige bladeren en kleine gele trosbloemen,
  2. medisch (medisch) gedroogde bladeren van , gebruikt voor het maken van ontsmettende zalf en het winnen van de blauwe kleurstof pastel
  3. buigzaam takje
  4. houtige plant met buigzame takken

Etymologie

*[3], [4] (erfwoord) via Middelnederlands """ van Oudnederlands "widu"

Vertalingen

Spaansglasto, hierba de San Felipe, hierba pastel