weefkamer

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruimte waarin één of meer weefgetouwen staan opgesteld
    Het had niet veel gescheeld of de deur van de weefkamer in De Lebbenbrugge was enkele jaren geleden inderdaad dichtgegaan. Er viel niet meer te werken op de weefstoel uit 1687, die toe was aan grondige restauratie. Tubantia 24-07-08 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/geen-weefsel-zonder-schering-en-inslag~a603d396/ Geen weefsel zonder schering en inslag]
    Mijn grootouders aan moederszijde woonden tot in 1930 in wat Stijn Streuvels als ‘de landsche woning, het sieraad van de Vlaamsche gewesten’, beschreven heeft: geen verdieping, lage zoldering, een keuken, een beetje slaapruimte, een weefkamer. De Standaard 11 APRIL 2015 Luc Huyse [http://www.standaard.be/cnt/dmf20150410_01624238 Het getto, de meltingpot en de kameleon]