weefster

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die lappen textiel maakt door te weven
    "Met onze kinderen en kleinkinderen hebben we genoten van een bezoek aan het Openluchtmuseum Eynderhoof. Het museum bestaat uit negentien oude gebouwen, waar overal vrijwilligers bezig zijn met oude ambachten. Pottenbakkers, molenaars, timmerlui, weefsters en meer zijn hier te zien. We kregen overal tekst en uitleg en de kinderen mochten helpen en er werden spelletjes gedaan. Om 17.00 uur moesten we er echt uit, zeer tegen de zin van iedereen."de Telegraaf GHISLAINE DRUNEN, VAN 08 nov. 2012
  2. lid van de vrouwelijke tak van de vrijmetselarij
    Ik was 45 en sinds enige jaren weer bij de kerk betrokken geraakt. Ik wilde priester worden. Daarvoor was ik jarenlang lid geweest van de Weefsters, de vrouwelijke variant van de Vrijmetselarij. De symboliek sprak mij aan. Maar op een gegeven moment vond ik al die zelfbedachte symbolen toch niet bevredigend genoeg. Het was allemaal zo’n menselijke constructie. Fantastisch verzinsels, maar toch: menselijk.Volkskrant Wilfred van de Poll 20 september 2010

Etymologie

* van weven

Vertalingen

Engelsweaver