weekdag
mannelijk (de)/ˈweɡdɑx/
Wat is de betekenis van weekdag?
weekdag betekent: (tijdrekening) een doordeweekse dag en kan betreffen maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) een doordeweekse dag en kan betreffen maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag
- elk van de zeven dagen van de week
Voorbeelden van "weekdag" in een zin
- Op een weekdag moet ik werken.
- De weekdag kan worden bepaald aan de hand van de datum.
Veelgestelde vragen over weekdag
Wat is de betekenis van weekdag?
weekdag betekent: (tijdrekening) een doordeweekse dag en kan betreffen maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag
Hoeveel betekenissen heeft weekdag?
weekdag heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft weekdag?
weekdag is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je weekdag in een zin?
Voorbeeld: “Op een weekdag moet ik werken.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek