weekender

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat geschikt is om in het weekend te gebruiken, iets dat geschikt is om een weekend te gebruiken
    Er is ook een gesloten cabinversie van de 950, dan wordt de boot als weekender met vier slaapplaatsen verkocht.
  2. iemand die ergens een weekend verblijft als gast
  3. weekendtas

Etymologie

* uit het Engels