woorden
boek
Start
›
W
›
weekheid
weekheid
vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het week zijn
Etymologie
*afgeleid van week
Vertalingen
Engels
mellowness, softness, tenderness
Spaans
blandura, ternura
Verwante woorden
week
weekabonnement
weekagenda
weekbak
weekbakken
weekbasis
weekbericht
weekberichten
weekbeurt
weekbeurten
weekblaadje
weekblaadjes
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← weekhartigste
weekhuren →