wegenbouw

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vakgebied dat zich bezighoudt met het bouwen van wegen. Het is een toegepaste wetenschap en onderdeel van de civiele techniek.
    Hij heeft wegenbouw gestudeerd aan de technische universiteit van Delft.
  2. alles wat betrekking heeft op het aanleggen van wegen
    Het bouwbedrijf was vooral actief in de wegenbouw.
  3. de bedrijfstak die zich richt op het aanleggen van wegen
    Er zijn veel mensen in de wegenbouw werkzaam.