Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
wegenschaaf
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈweɣə(n)ˌsxaf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rijdend apparaat dat een onverhard wegdek vlak maaktIn mei van dit jaar werd de Leppeweg eindelijk verhard. Daar zijn we zeer blij mee, maar aan onze weg gebeurde niets. Nou ja niets, er is een enkele keer een wegenschaaf gekomen om de bovengrond vast te drukken. Maar dat helpt niets, want de tractoren scheuren binnen de kortst mogelijke tijd alles weer los.Met acht sneeuwploegen, waaronder twee wegenschaven, is men in de vroegte al begonnen met liet schoonmaken van de wegen en straten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek