wegpraten

/ˈwɛxpratə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. met veel woorden een indruk of opvatting weerleggen
    "Ik wil het gevoel van onzekerheid niet wegpraten, maar voor werknemers die vastigheid willen geldt dat de meerwaarde die je hebt voor de werkgever de beste werkzekerheid oplevert. Tubantia D. Bremmer & L. Kok 14 februari 2017 [https://www.tubantia.nl/algemeen/kamp-economische-ranglijstjes-zijn-super-belangrijk~a7bfac14/ Kamp: Economische ranglijstjes zijn super belangrijk]
    Technisch directeur Michael Zorc van Borussia Dortmund erkent dat de club in een negatieve trend is beland. "Die kun je niet wegpraten. We moeten ons afvragen waarom het team niet meer die vorm heeft die het wel liet zien in de eerste wedstrijden van het seizoen", verwees Zorc in Bild naar de flitsende seizoensstart van trainer Peter Bosz met Dortmund. De Telegraaf 19 november 2017 [https://www.telegraaf.nl/sport/1267636/negatieve-trend-bij-dortmund-onder-ogen-zien 'Negatieve trend bij Dortmund onder ogen zien']
    Anderzijds is het doorgaans niet zo dat gevoelens van angst zich laten wegpraten met kille, zakelijk berekeningen. Een rationele benadering werkt eerder averechts. Reformatorisch Dagblad 30-07-2016 [https://www.rd.nl/opinie/commentaar/christen-is-nergens-echt-veilig-behalve-bij-god-1.1113586 Christen is nergens echt veilig, behalve bij God]
  2. iemand met woorden proberen ergens vandaan te halen
    Connie Palmen hield een feestrede: "Je bent een wereld op jezelf, iedere vergelijking met een ander loopt spaak", zei ze tot Mulisch. Palmen leerde Harry Mulisch pas goed kennen in haar "persoonlijke rampjaar" 1995. "Alles wat jij wilde, was me wegpraten bij de hel." Het Parool 15 september 2007 [https://www.parool.nl/amsterdam/eerbetoon-aan-harry-mulisch~a8345/ Eerbetoon aan Harry Mulisch]