wegtrekken

/ˈwɛxtrɛkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) ~ uit: een bepaald gebied verlaten
    De koekoek trekt in de herfst weg uit Europa.
  2. erga (erga) ~ uit: iets kwijtraken omdat het verdwenen is
    Je ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.
  3. ov (ov) iets ~: door trekken iets verwijderen
    Het gordijn werd weggetrokken en een prachtig decor kwam in zicht.