Wei

mannelijk/vrouwelijk (de)/wɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stuk grasland voor begrazing door vee
    Er staan in die wei een paar geiten.
  2. drinken (drinken) een vloeistof die ontstaat als restproduct bij het kaasmaken
    Zit er nog wei in de emmer?
  3. vloeibaar deel van het bloed dat overblijft na verwijdering van de bloedcellen en de stolstof, bloedplasma

Etymologie

* In de betekenis van ‘restvloeistof bij kaasmaken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1330

Vertalingen

Engelspasture, whey, serum
Franspâturage
DuitsWeide, Wiese, Molke
Spaanspasto, prado, pradera
Russischсыворотка
Poolsserwatka
Zweedsäng