wekelijks

/ˈʋe.kə.ləks/

Wat is de betekenis van wekelijks?

wekelijks betekent: eenmaal per week, elke week terugkerend

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. eenmaal per week, elke week terugkerend
bijwoord
  1. woorden met artikelreferenties, woorden met boekreferenties eenmaal per week, elke week terugkerend
bijwoord
  1. eenmaal per week, elke week
bijvoeglijk naamwoord
  1. partitief van de stellende trap van wekelijk

Voorbeelden van "wekelijks" in een zin

  • Dit is de wekelijkse markt.
  • Behalve Guthook raadpleegde ik ook af en toe het Water Report, een door vrijwilligers wekelijks bijgewerkt pdf-bestand dat de actuele waterstand aangeeft.
  • De kaasboer komt hier wekelijks langs.
  • Hij heeft iets wekelijks.

Etymologie

afgeleid van week met het achtervoegsel -lijks met het invoegsel -e-

Vertalingen

afweekliks
Duitswöchentlich
Engelsweekly
Spaanssemanal