wekelijks

/ˈʋe.kə.ləks/

Wat is de betekenis van wekelijks?

wekelijks betekent: eenmaal per week, elke week terugkerend

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. eenmaal per week, elke week terugkerend
bijwoord
  1. woorden met artikelreferenties, woorden met boekreferenties eenmaal per week, elke week terugkerend
bijwoord
  1. eenmaal per week, elke week
bijvoeglijk naamwoord
  1. partitief van de stellende trap van wekelijk

Voorbeelden van "wekelijks" in een zin

  • Dit is de wekelijkse markt.
  • Behalve Guthook raadpleegde ik ook af en toe het Water Report, een door vrijwilligers wekelijks bijgewerkt pdf-bestand dat de actuele waterstand aangeeft.
  • De kaasboer komt hier wekelijks langs.
  • Hij heeft iets wekelijks.

Betekenis en uitleg van wekelijks

Het woord 'wekelijks' verwijst naar iets dat elke week terugkomt of plaatsvindt. Het kan gaan om activiteiten, gebeurtenissen of verplichtingen die met een vaste frequentie van zeven dagen plaatsvinden.

Je gebruikt 'wekelijks' vaak om routines of schema's te beschrijven, zoals wekelijkse vergaderingen of trainingen. Het woord geeft een gevoel van regelmaat en consistentie aan, wat belangrijk kan zijn in zowel persoonlijke als professionele contexten. Het benadrukt ook de frequentie waarmee iets gebeurt, waardoor het een nuttige term is in planning en organisatie.

Voorbeelden

  • Elke woensdag hebben we een wekelijkse teammeeting om de voortgang te bespreken.
  • Zij gaat wekelijks naar de sportschool om fit te blijven.
  • Hij leest elke zondag een wekelijks tijdschrift om op de hoogte te blijven van het nieuws.

Woordoorsprong

Het woord 'wekelijks' is afgeleid van 'week', dat zijn oorsprong vindt in het Germaanse woord 'wiko', wat een periode van zeven dagen aanduidt.

Veelgestelde vragen over wekelijks

Wat is de betekenis van wekelijks?

wekelijks betekent: eenmaal per week, elke week terugkerend

Hoeveel betekenissen heeft wekelijks?

wekelijks heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je wekelijks in een zin?

Voorbeeld: “Dit is de wekelijkse markt.

Etymologie

afgeleid van week met het achtervoegsel -lijks met het invoegsel -e-

Vertalingen

afweekliks
Duitswöchentlich
Engelsweekly
Spaanssemanal