wekroep

mannelijk (de)/ˈwɛkrup/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dringende oproep om niet meer lijdzaam af te wachten maar om in actie te komen, roep ter opwekking, ter aansporing
    Wat Gray echter vooral typeert, is dat deze scherp ontdekkende passages niet fungeren als schrikdraad rond het Evangelie, maar veeleer als een wekroep om als een smekeling tot Christus te gaan.
    ‘Dit schandaal moet voor iedereen een wekroep de manier waarop we met onze persoonlijke data omgaan, kan zeer grote gevolgen hebben. Het gaat per slot van rekening om de fundamenten van onze democratie’, dixit Jourova.
    De bundel uit Kampen kan dus dienen als een soort wekroep voor de hele gereformeerde gezindte dat hermeneutische bezinning noodzakelijk is.

Etymologie

* , voor het eerst aangetroffen in 1840 (zie vindplaats hieronder) Vertaling van "appel" ‘oproep’, eind 20e eeuw ook als vertaling van "wake-up call" 'verzoek (van een hotelgast) om 's morgens gewekt te worden'; 'waarschuwing voor toekomstige moeilijkheden en gevaren'.

Vertalingen

Engelsexhortation, wake-up call
Fransexhortation
DuitsAuffordrung