aansporing

vrouwelijk (de)/ˈansporɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanmoediging tot actie
    Na een kleine aansporing wilde de meester toch wel beginnen met de uitleg.
    Tv-zender CNN vatte Obama’s woorden op als een aansporing voor jongeren om te blijven protesteren tegen het politiegeweld.
    Om ons minder eenzaam te voelen hebben de meesten van ons niets aan aansporingen om uit te gaan of de zoveelste aanmoediging om de volmaakte geliefde te zoeken.

Etymologie

* van aansporen .

Vertalingen

Engelsincitement
Spaansexhortación