wende

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɛndə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. overgang naar een nieuwe periode
  2. landbouw, historisch (landbouw) (historisch) strook aan de korte einden van een akker die dwarsgeploegd is, nadat de ploeg daar telkens werd gekeerd

Etymologie

*[B] : "wen" met de uitgang -de