wende
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɛndə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- overgang naar een nieuwe periode
- (landbouw) (historisch) strook aan de korte einden van een akker die dwarsgeploegd is, nadat de ploeg daar telkens werd gekeerd
Etymologie
*[B] : "wen" met de uitgang -de
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek