wensput
mannelijk (de)/ˈwɛnspʏt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (folklore) put waaraan men een verlangen kan toevertrouwen, in de hoop dat dit helpt bij de vervulling van dat verlangenHendrik wierp een muntje in de wensput en deed een wens.Een paar jaar geleden was zijn andere zoon ongeneeslijk ziek. Ghollani maakte een bedevaart naar de moskee, krabbelde zijn hartewens op een briefje en gooide het in de speciale wensput. „Daarna werd mijn zoon beter. Het is een wonder.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek