wensdroom

mannelijk (de)/ˈwɛnzdrom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een droom waarvan je hoopt dat ze ooit werkelijkheid wordt, maar waarvan je weet dat het waarschijnlijk nooit zal gebeuren
    Voorman Lodewijk Asscher van de PvdA begaat een historische blunder door niet deel te nemen aan de kabinetsformatie. Het is een wensdroom van de PvdA om net als 4 jaar geleden te komen tot brede volkspartij. Maar de realiteit is dat door een versplinterd politiek landschap deze droom nooit werkelijkheid zal worden.de Telegraaf 28 jun. 2017
    „Europa lijdt aan een onrealistische wensdroom over een maakbare samenleving”, veronderstelt een van hen.de Telegraaf 09 jun. 2016

Vertalingen

Engelsdaydream, castle in air, dream