nachtmerrie

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een zeer angstige droom, angstdroom
    Hij heeft zowat iedere avond een nachtmerrie.
    Soms vraag ik me af of de gedachten die mijn nachtmerries vullen niet vergeten herinneringen zijn die weer onderdak bij me zoeken.
    Nogal vreemde dromen betekende simpelweg nachtmerries.
  2. een schrikbeeld
    Dat zou echt een nachtmerrie zijn...
    Het is ironisch dat uitgerekend hij me uit een nachtmerrie haalt.
    Dit had ze niet gehoord, dit was een nachtmerrie die gewoon niet waar kon zijn.

Etymologie

*Samenstelling van nacht en mare ‘nachtspook’ [1240; Bern.]

Vertalingen

Engelsnightmare, incubus, nightmare
Franscauchemar, cauchemar
DuitsAlbtraum, Albtraum
Spaanspesadilla, incubo, pesadilla
Italiaansincubo, incubo
Russischкошмар