nachtmerrie
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zeer angstige droom, angstdroomHij heeft zowat iedere avond een nachtmerrie.Soms vraag ik me af of de gedachten die mijn nachtmerries vullen niet vergeten herinneringen zijn die weer onderdak bij me zoeken.Nogal vreemde dromen betekende simpelweg nachtmerries.
- een schrikbeeldDat zou echt een nachtmerrie zijn...Het is ironisch dat uitgerekend hij me uit een nachtmerrie haalt.Dit had ze niet gehoord, dit was een nachtmerrie die gewoon niet waar kon zijn.
Etymologie
*Samenstelling van nacht en mare ‘nachtspook’ [1240; Bern.]
Vertalingen
Engelsnightmare, incubus, nightmare
Franscauchemar, cauchemar
DuitsAlbtraum, Albtraum
Spaanspesadilla, incubo, pesadilla
Italiaansincubo, incubo
Russischкошмар
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek