nachecken

/ˈnatʃɛkə(n)/

Wat is de betekenis van nachecken?

nachecken betekent: (ov) ter controle nog een keer bekijken

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) ter controle nog een keer bekijken

Voorbeelden van "nachecken" in een zin

  • Zoiets heb ik inderdaad gehoord, maar ik moet het nog nachecken.
  • We hebben alle gegevens ingevoerd en nagecheckt.
  • Zei zijn medegevangene dan: „Ach, vrouwen zijn heel anders dan wij", dan voelde hij de hoop in zijn hart herleven. Hij wilde het toch nog even nachecken bij een andere lotgenoot. Zei deze: „Ach, een vrouw is ook niet van steen, natuurlijk pikt ze een ander", dan ontzonken de moed en hoop, die hij in het vorige gesprek had opgedaan, hem zo plotseling alsof hij er nu zeker van was dat zijn vrouw het met een ander hield.