werkdag

mannelijk (de)/ˈwɛrᵊɡˌdɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elk van de weekdagen waarop men arbeid behoort te verrichten
    In een week zijn meestal maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag een werkdag.

Vertalingen

Engelsworkday
DuitsWerktag, Arbeitstag
Spaansdía de trabajo, día laboral