werkeloosheid
vrouwelijk (de)/ˌwɛrkəˈloshɛit/
Wat is de betekenis van werkeloosheid?
werkeloosheid betekent: niet actief zijn, niks doen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- niet actief zijn, niks doen
- (informeel) geen baan hebben, betaald werk missen
- (informeel) deel van de beroepsbevolking dat geen baan heeft
Voorbeelden van "werkeloosheid" in een zin
- Niet-politieke criminaliteit onder het mom van verzet kon o.m. opbloeien door de werkeloosheid van de Belgische justitie die weigerde op te treden tegen het politieke terrorisme.
- Wat wel zo is, is dat mensen door het arbeidsproces met elkaar verbonden zijn en dat daarom werkeloosheid voor velen een onleefbare toestand is, zelfs in een verzorgingsstaat als Nederland, waar men niet direct grote armoe lijdt.
- Aan het eind van de jaren twintig gaat het in Nederland steeds slechter, de werkeloosheid stijgt en zal in de jaren dertig een hoogte van ruim 400.000 werkelozen bereiken; Nederland is in een crisis beland.
Etymologie
*afgeleid van werkeloos
Vertalingen
DuitsArbeitslosigkeit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek