werkstraf

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɛrᵊkˌstrɑf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) straf die inhoudt dat de veroordeelde tijdens zijn vrije tijd kosteloze arbeid uitvoert bij openbare diensten en vzw's
    Volgens het Openbaar Ministerie had D. ruim 127.000 euro aan uitkeringsgeld verduisterd en witgewassen. De politierechter veroordeelde D. tot een werkstraf van 240 uur met een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. [https://www.parool.nl/misdaad/werkstraf-voor-van-gogh-dief-okkie-voor-fraude-met-uitkering~b7769ede/ www.parool.nl (5 mrt 2025)]