werktuig
onzijdig (het)/ˈwɛrᵊkˌtœyx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) een stuk gereedschap om een taak eenvoudiger en/of lichter te makenHet werktuig van de fabrikant was kapot.
Etymologie
* In de betekenis van ‘instrument’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Vertalingen
Engelstool
Fransoutil
DuitsWerkzeug
Spaansutensilio, herramienta, instrumento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek