werpster
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɛrpstɛr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- metalen wapen in de vorm van een vlak met rondom puntvormige uitsteeksels dat met kracht naar een doelwit kan worden gegooidOp de A12 bij de Duitse grens is maandagavond een 20-jarige Bosniër opgepakt met een enorm wapenarsenaal. De man had in verschillende tassen 66 boksbeugels, veertien stilettomessen, vijf werpsterren en vijf ploertendoders bij zich.de Telegraaf 22 november 2016Er zijn ook tegenreacties. Bijvoorbeeld van jongemannen die zich tegen de gewelddadige clowns verweren, hen overmeesteren en molesteren. Dat is niet zonder gevaar, omdat de verklede gelegenheidsgangsters wapens als werpsterren en vlindermessen hebben.de Telegraaf Rob Savelberg 24 oktober 2016
zelfstandig naamwoord
- vrouw die gooit
- (sport) (sofball) vrouwelijke werperDe Nederlandse softbalploeg heeft zaterdag in Italië de Europese titel heroverd. Nederland en Italië speelden vrijdagavond in de halve finales ook al tegen elkaar. Oranje won dat duel met 1-0. De zege was te danken aan werpster Lindsey Meadows-Oosterveld, die een no-hitter liet noteren.de Telegraaf 1 juli 2017
Etymologie
*[B] afgeleid van "werpen"
Vertalingen
Engelsthrowing star, shuriken, a woman who throws
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek