wetens
/ˈwetə(n)s/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- van de bewuste kennisBoven de ingang de spreuk ‘Ken uzelve’, op de achtermuur de spreuk ‘Des wetens end’, met daaronder een verlicht ‘alziend oog’.
Etymologie
#met volledig besef van wat je doet
Uitdrukkingen
- wetens en willens
- willens en wetens
- willens nillens
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek