wetens

/ˈwetə(n)s/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. van de bewuste kennis
    Boven de ingang de spreuk ‘Ken uzelve’, op de achtermuur de spreuk ‘Des wetens end’, met daaronder een verlicht ‘alziend oog’.

Etymologie

#met volledig besef van wat je doet

Uitdrukkingen

  • wetens en willens
  • willens en wetens
  • willens nillens