weversknoop

mannelijk (de)/ˈwevərsˌknop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bepaald soort verbinding van twee draden door lussen aan de uiteinden te vervlechten en aan te trekken
    Ik heb het moeilijk met het knopenvan de dagen tot een rimpelloos bestaaneen weversknoop valt immers nooit te leggenals de draden zich niet raken laten

Etymologie

*, omdat zo'n knoop gebruikt werd om de einden van een gebroken draad op een weefgetouw weer aan elkaar vast te maken