Wezel
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwezəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) bepaald soort zoogdier, zeer klein en schuw dier uit de familie der marterachtigen (De wezel is het kleinste roofdier van Europa.
Etymologie
*van Middelnederlands "wesel" / "wesele", in de betekenis van ‘marterachtige’ aangetroffen vanaf 1240
Uitdrukkingen
- Zo bang als een wezel zijn — Erg bang zijnStoett-156, [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
Vertalingen
Engelsweasel
Fransbelette
DuitsWiesel
Spaanscomadreja, mostela
Italiaansdonnola
Portugeesdoninha
Russischласка
Turksgelincik
Poolsłasica
Zweedsvessla
Deensbrud
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek