wifi

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica, communicatie (informatica) (communicatie) draadloze internet verbinding voor korte afstanden.
    Door wifi kun je ook in de tuin internetten met je laptop of tablet
    'Ehm Vincenzo, weet jij wat de wifi hier is?' vraag ik wanneer iedereen naar de kamers is.
    Binnen de hut was de tijd meer dan 50 jaar stil blijven staan en er was dan ook geen tv of wifi.

Etymologie

*afkorting uit het Engels Wireless Fidelity