wijd

/ʋɛɪ̯t/

Wat is de betekenis van wijd?

wijd betekent: met een brede lip

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. met een brede lip
  2. woorden met boekreferenties met een grote uitgestrektheid
  3. met veel ongevulde ruimte
  4. met een groot oppervlak
  5. woorden met boekreferenties ver
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijden
  2. gebiedende wijs van wijden
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijden

Voorbeelden van "wijd" in een zin

  • Ik wreef mijn klamme handen droog aan mijn korte broek en stak mijn armen en wandelstokken wijd uit om als een trapezeartiest naar de overkant te balanceren, mijn blik geconcentreerd op de overkant.
  • Zijn ogen waren wijd open van schrik.
  • Ik wijd.
  • Wijd!
  • Wijd je?

Betekenis en uitleg van wijd

Het woord 'wijd' beschrijft iets dat een grote afstand of ruimte beslaat. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden, zoals een wijd landschap of een wijd begrip.

Je gebruikt 'wijd' vaak om aan te geven dat iets niet nauw of beperkt is. Het kan van toepassing zijn op fysieke afstanden, zoals bij kleding die wijd valt, maar ook in abstracte zin, zoals een wijd scala aan mogelijkheden. Het woord heeft vaak een positieve connotatie, omdat het ruimte en vrijheid impliceert.

Voorbeelden

  • De wijd open velden strekten zich uit tot aan de horizon.
  • Haar wijd uitlopende rok zorgde voor een elegante uitstraling tijdens het feest.
  • In deze cursus behandelen we een wijd scala aan onderwerpen, van geschiedenis tot moderne technologie.

Woordoorsprong

Het woord 'wijd' komt van het Oudnederlands 'wid', wat 'breed' of 'uitgestrekt' betekent. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die ook breedte of ruimte aanduiden.

Veelgestelde vragen over wijd

Wat is de betekenis van wijd?

wijd betekent: met een brede lip

Hoeveel betekenissen heeft wijd?

wijd heeft 8 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je wijd in een zin?

Voorbeeld: “Ik wreef mijn klamme handen droog aan mijn korte broek en stak mijn armen en wandelstokken wijd uit om als een trapezeartiest naar de overkant te balanceren, mijn blik geconcentreerd op de overkant.

Etymologie

In de betekenis van ‘ruim’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Vertalingen

afwyd
Duitsweit
Engelswide
Fransample, large, loin, largement
Spaansancho