wijd

/ʋɛɪ̯t/

Wat is de betekenis van wijd?

wijd betekent: met een brede lip

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. met een brede lip
  2. woorden met boekreferenties met een grote uitgestrektheid
  3. met veel ongevulde ruimte
  4. met een groot oppervlak
  5. woorden met boekreferenties ver
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijden
  2. gebiedende wijs van wijden
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijden

Voorbeelden van "wijd" in een zin

  • Ik wreef mijn klamme handen droog aan mijn korte broek en stak mijn armen en wandelstokken wijd uit om als een trapezeartiest naar de overkant te balanceren, mijn blik geconcentreerd op de overkant.
  • Zijn ogen waren wijd open van schrik.
  • Ik wijd.
  • Wijd!
  • Wijd je?

Etymologie

In de betekenis van ‘ruim’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Vertalingen

afwyd
Duitsweit
Engelswide
Fransample, large, loin, largement
Spaansancho