wijdbal
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bij het honkbal of softbal een door de pitcher (werper) geworpen bal die niet binnen de slagzone valt en waar door de slagman niet op wordt geslagenHij wordt ook weleens gefopt door de catcher, oftewel de speler recht voor hem die de ballen van de werper vangt. Een goede speler weet met een handige polsbeweging een wijdbal zo te vangen dat het slag lijkt. Het is iets dat hij als oud-catcher wel kan waarderen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek