wijzen

/ˈwɛizə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) met de (wijs)vinger, hand of arm in een richting duiden
    De man wees naar de klok.
    `Sinterklaas,' zei het nieuwe Pietje, 'in een hol, hoog in de bergen, woont een heks die toverdranken maakt. Zal ik u de weg wijzen?'
    Als ik de volle maan zie sla ik vreemd genoeg altijd een kruis, kus mijn duim en wijs naar de maan als gebaar van dankbaarheid voor de rijke ervaringen in mijn leven en de mensen om mij heen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘aanduiden (met de vinger)’ voor het eerst aangetroffen in 901

Vertalingen

Engelspoint
Fransindiquer, montrer
Duitszeigen, weisen
Spaansindicar, mostrar, enseñar
Poolswskazywać