wildbraad
onzijdig (het)/'wɪldbrat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) gebraden vlees van wilde dierenWat gebeurt er met doodgeschoten dieren? Die worden bijna altijd verkocht. Everzwijnvlees is in het jachtseizoen in veel restaurants heel populair. Particulieren kunnen behalve bij de poelier bij veel jachthouders wildbraadpakketten kopen.de Telegraaf 16 sep. 2014Het allermooist waren de foto's: torenhoge, krullerig versierde taarten, opgedirkte gebraden varkentjes, hammen met kanten manchetjes, wildbraad, ingenieuze visschotels in de vorm van een stoomboot, een soort art-deco-lampenkap van vruchten... alles in onwaarschijnlijk mooie snoepjeskleuren, vervaardigd volgens de beproefde en beruchte Sovjet-retoucheermethode 'wat niet helemaal gelukt is aan een foto gum je uit, en wat er ontbreekt teken je er zelf zo goed en zo kwaad als je kunt bij met kleurpotlood'.Volkskrant Sylvia Witteman 12 februari 2016
Etymologie
* In de betekenis van ‘gebraden vlees van wild’ voor het eerst aangetroffen in 1253
Vertalingen
Engelsprepared game meat, venison
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek