Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
wildparkeerder
mannelijk (de)/ˈwɪltpɑrˌkerdər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (verkeer) (juridisch) iemand die zijn vervoermiddel tijdelijk achterlaat op een plaats die daar niet voor bestemd is (meestal om kosten of inspanning te vermijden)Rond 19.15 uur werd de brandweer gealarmeerd voor een buitenbrand langs het Boerenpad, maar de doorgang naar dit fietspad werd belemmerd door een wildparkeerder, die vermoedelijk ergens op bezoek was bij familie elders in de wijk.
Etymologie
*afgeleid van de stam van "wildparkeren"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek